Loading...

Geschiedenis

1877. Er was eens… “Den Hoek”.
Ge moogt nu nog zo een plezant dorp hebben als ge wilt, er is toch altijd een bepaald centrum waar het het plezantste is, waar de mensen guller lachen, waar plezier gemaakt wordt zonder speciale aanleiding en waar dan ook iedereen op afkomt. Niemand kan u daarvoor een bepaalde oorzaak geven, het is er gewoon; het zit in de lucht, in de grond, in de huizen, in de mensen…
Vroeger was dat zo het geval met “Den Hoek”, het meest verloren deel van Wakkerzeel; ’t zou evengoed Wespelaar als Haacht kunnen geweest zijn. Maar ’t was gelukkig nog Wakkerzeel, alhoewel het slechts met een magere (navel)streng nog nauwelijks aan het dorp verbonden was. In “Den Hoek”, Tist z’n kot, werd op nen avond alles onderste boven gezet door vijf zatteriken die, omdat er ene op nen horen kon blazen, persé een fanfare wilden stichten en daarvoor al maar direct door de muur van de staminee in de schuur braken om een muziekzaal te hebben! ’t Moest natuurlijk weer in “Den Hoek” gebeuren en de deftige mensen van ’t Dorp gingen weleens kijken, uit nieuwsgierigheid, maar schudden wetend-meewarig met hun hoofd en hadden heimelijk plezier in ’t ongeluk van Tist en de naweeën van Sus van Roemes met al zijn dikdoenerij over een fanfare. Een fanfare zonder geld, zonder muzikanten, zonder instrumenten …
Maar “Den Hoek” zou “Den Hoek” niet geweest zijn als iets, wat daar wortel had geschoten, zomaar werd opgegeven. En Sus van Roemes zou liever zijn eigen klak opgegeten hebben dan zijn woord te breken. En Tist Dewever, ja, die kon natuurlijk niet “roeffen” en zo werd in ’t jaar 1877 bij de gratie van Sus van Roemes, herbergier in ’t Dorp, Tist Dewever, herbergier in “Den Hoek”, Rik Put, landbouwer, Pië Van Geysel, landbouwer, Jeppe Verhaegen, landbouwer, allemaal geboren en getogen in Den Hoek, met de bijzondere bijstand van Wannes van Jakkes, eersten bugel bij de fanfare Sinte Cecilia van Tildonk, maar rasechte Hoekenaar, op een vroege morgen: besloten ende gedaen, tot de stichting van”ene Fanfare die zou heten Recht en Vooruit!” Het eerste reglement werd met krijt op een lei geschreven. Het bevatte, zo ’t schijnt, maar twee artikels, omdat Wannes van Jakkes in Tildonk bij de Sinte Cecilia, alleen met die twee te maken had en dat waren, afbetaling van ’t instrument en de datum van het jaarlijks teerfeest. De fanfare floreerde als geen en “Den Hoek” bloeide, moet het gezegd, nog breder open.

De groei en de bloei van de fanfare overtrof alles wat zelfs Sus van Roemes in zijn grootste optimisme had durven dromen. Tist Dewever’s stamineeke van niemendal, in één nacht uitgebreid tot gelagzaal met aanpalend “theater” werd in plaats van een “strop”, een goudmijn. Tist kon en zou daar niet blijven hokken. Hij trok naar ’t Dorp en met hem de fanfare natuurlijk. Tists ambities brachten ’t plezier en ’t vertier van “Den Hoek” naar ’t Dorp. De fanfare Recht en Vooruit, gewonnen en getogen in “Den Hoek”, ankerde zich van dan af in Wakkerzeel en bleef er tot op heden. Snel hierna vertrok de fanfare naar Jef Van Nolle met zijn zaal. Jef bleek een gedroomde lokaalhouder en zijn ruime zaal was uiterst geschikt voor alle activiteiten van de fanfare; toneel en muziek, ’t groeide samen naar een ongekende hoogte. Wakkerzeel en haar fanfare Recht en Vooruit genoten een reputatie die hen tot geziene en graag verwelkomde gasten op festivals en feestelijkheden in de wijde omtrek maakten.

De eerste wereldoorlog strooide heel wat roet tussen de muziekpartituren, zodat de noten rond de jaren 1920 tamelijk vals klonken. Langzaamaan klaarde de hemel echter op en zagen de muzikanten van Recht en Vooruit opnieuw de noten staan. Niet voor heel lang echter, want in 1940 was het opnieuw zo ver. Een nieuwe wereldbrand schroeide veel enthousiasme en toegewijde vriendschap. Het jeugdig élan was de kop ingedrukt. Frans Van de Weyer deed zijn best om de stukken te lijmen en het ideaal van de fanfare van onder de verkoolde brokstukken te halen. De fut was er evenwel uit. In een put vallen gaat rap, eruit komen vraagt meer tijd. Alhoewel onmiddellijk na de bevrijding de herinrichting aangepakt werd en de jeugdige gebroeders Hermans als dirigenten de muzikanten tot nieuw enthousiasme trachtten te wekken, bleef het toch maar een kale bedoening. Lokaalhouder Jef Van Nolle, kreeg als opvolger Verschueren, die zich mee inzette om de vereniging opnieuw tot bloei te brengen. Langzaam kwam men toch tot een resultaat. Nadien kwam de huidige lokaalhouder Willy Mergaerts zich onder de toren vestigen. Willy wist als begaafd muzikant dat er veel van een lokaalhouder afhangt. Vriendschap en kameraadschap mochten geen ijdele woorden zijn in de fanfare Recht en Vooruit. Intussen had Frans van Hêttekes zijn voorzitterschap opgezegd.

Nieuwe glansperiode
Na Frans De Cat als voorzitter deed de fanfare een ontdekking die hen op slag uit de nesten haalde en een nieuwe glansperiode opende. Albert Leempoels, schoonzoon van Frans Van de Weyer, ontpopte zich als een gedroomde leider, een hernieuwer. Zijn sympathieke jovialiteit, zijn diplomatie, zijn vooruitstrevende ideeën vonden steun bij ouderen en jongeren zodat zich opnieuw een gezonde toekomst opende voor de fanfare. Later kwam Frans, Roger, Verbeeck nog aan het voorzitterschap toe. In 1972 werden ter gelegenheid van de fanfarefeesten verschillende bestuursleden en muzikanten voor hun jarenlange toewijding en opoffering voor de volksmuziek gehuldigd met een ereteken van het Muziekverbond van België. Een zware domper werd op deze feesten gezet, toen enkele uren voordien hun trouwe en zeer geliefde ondervoorzitter Jules Leyssens het tijdelijke met het eeuwige had verwisseld. Steeds maar vooruitging het en in 1974 werd door zijn Majesteit de Koning het predicaat van Koninklijke vereniging verleend. Het was een gelukkige beslissing en met de nodige eerbied werd kennisgenomen van de inhoud van het schrijven. Sedertdien prijkt een fier “koninklijk” op de standaard die in 1923 werd aangekocht. Sedert 1 januari 1977 is Recht en Vooruit gefusioneerd met Haacht, Tildonk en Wespelaar.
Van 1977 tot nu
De eerste jonge vrouwelijke muzikanten, die wij als eerste in de ons omringende dorpen bezaten, wilden dan ook voor geen geld of lief van de wereld hun instrument aan de haak hangen. Het ging zo ver dat Francine van Juul van Jan Tist, een reeds zeer gedreven muzikante, zich niet wilde inlaten met een jongen die al was het maar een half woord verkeerd over de fanfare durfde te zeggen. Zij vond dan ook in Alex Heyligen die afkomstig is van Werchter, zonder enig muzikale achtergrond, een gepaste partner. Alex was het moe de instrumentenkoffer van zijn vrouw te blijven dragen en beloofde dan ook op hun trouwdag de eerste noten te willen leren. In hetzelfde jaar 1977 nam hij als baritonspeler reeds plaats aan de pupitter. Ondertussen was er eveneens een wissel gebeurd bij het voorzitterschap. Roger Verbeeck, na 20 jaar heel hard werken ten voordele van de muziek, zag in de ambitieuze Erik Bisschop de gepaste persoon om de taak van voorzitter waar te nemen. Wij begonnen terug deel te nemen aan provinciale tornooien waar we eervolle vermeldingen mochten ontvangen. Onder impuls van onze voorzitter deed onze “Big – Band”, die ondertussen de naam van RVW BAND had aangenomen, het zo goed dat voor het concert de Tiendenschuur te klein werd en wij moesten uitwijken naar het Breugels Gasthof te Haacht. Na een schitterende succesperiode kwamen echter spanningen. Liefdesperikelen onder de jonge muzikanten zorgden ervoor dat verschillende muzikanten en de dirigent onze maatschappij verlieten. Zwaar gehavend gingen wij op zoek naar een nieuwe dirigent. Juri Briat uit Hombeek – Mechelen die zéér ambitieus was, vond het een goede leerschool en een aanloop voor het uitbouwen van zijn professionele carrière. De fanfare groeide door het harde werken van dirigent en bestuursleden op enkele jaren tijd weer uit tot een orkest van goed niveau. Doch door gebrek aan interesse ging onze RVW – Band ter ziele. In 1997 kwam er een moeilijke periode die weleens het definitieve einde zou kunnen betekend hebben voor “Recht en Vooruit”; ware het niet dat de nog overgebleven bestuursleden onder leiding van Alex Heyligen, via een referendum op 28 februari 1999 onder de muzikanten het lot van de dirigent hebben laten bepalen.
Op 12 mei 1999 was de heropstanding van onze maatschappij was begonnen, nieuwe muzikanten boden zich spontaan aan om mee met ons te musiceren. Tijdens een bestuursvergadering werd er besloten een nieuwe vlag te kopen, om de mooie standaard die onze maatschappij bezit in goede staat te houden voor het nageslacht. Op 20 november 1999, onze teerdag, was het zo ver. De nieuwe vlag werd gewijd door Jozef Van Dessel, pastoor te Werchter.

Op 8 april 2011 was het opnieuw goed raak. Interne strubbelingen zorgden ervoor dat een 20-tal muzikanten besloten elders te gaan ‘toeteren’. De kern van de fanfare bleef alleen achter en het bestuur besloot onder impuls van Kurt Van den Brande, geschoold als klassiek- en jazz-saxofonist, de toekomst in te gaan als big band. De microbe van RVW band stak terug zijn kop op, zij het wel dat deze band nu niet meer naast de fanfare bestond, maar in plaats van de fanfare.

Op 22 september 2013 plaatsten we ons in open categorie als big band in de provinciale wedstrijd voor Vlamo. Vanaf dan zijn er ook jaarlijks gastvedetten die worden gevraagd zoals Sofie verbruggen (2013), Els Artois (2014), Aalex Vertommen (2015), Rebecca Driesmans (2016) , Elodie Carels (2017), Jonas Cole (2018) en Jolien Thijs (2019)

Voorzitters op volgorde
Sus van Roemes
Petrus Bosmans
Frans Van De Wever
Frans De Cat
Albert Leempoels
Frans, Roger, Verbeeck
Eric Bisschop
Alex Heyligen
Pieter Heyligen en Toni Sallaerts

Pieter Heyligen